1e graad A-stroom



* Voor leerlingen die nood hebben aan extra ondersteuning worden twee lesuren uit dit blok vervangen door een versterkingsblok

FLEX-VERDIEPEN/FLEX-VERSTERKEN

 

In het eerste jaar A-stroom worden de lesuren FLEX-verdiepen met één of twee gekozen modules ingevuld. De combinatiemogelijkheden vindt u in de lessentabel terug. De mogelijkheden zijn hier:

  • Latijn: Deze module bestudeert de interessante aspecten van de klassieke taal Latijn en de bijhorende rijke geschiedenis en cultuur.
  • STEM: In deze module komen zowel wetenschappen, technologie, wiskunde als informatica aan te pas. Leuke projecten worden ontdekkend uitgewerkt.
  • Sport: Deze module biedt een rijk aanbod aan beweging. Algemene lichaamscoördinatie en -beheersing komen hier aan bod.
  • Taal: In deze module spreken de leerlingen op een creatieve manier hun vaardigheden in het Engels of Frans aan.

 

In het tweede jaar A-stroom kan je tijdens de lesuren FLEX-verdiepen voor één van volgende modules kiezen:

  • Kunst & creatie: Deze module is voor de leerlingen de geknipte kans om hun creatieve mogelijkheden te ontdekken, gebruiken en ontplooien.
  • Economie & organisatie: In deze module verruimt de leerling zijn beleving van de ‘economische en financiële competenties’ tot een bredere economische en maatschappelijke context.
  • Taal & media: Deze module combineert creatief taalgebruik met de hedendaagse digitale tools en media. Leerlingen ontdekken, gebruiken en ontplooien hun talige talenten.

 

Voor leerlingen die nood hebben aan extra ondersteuning worden twee lesuren vervangen door een versterkingsblok (FLEX-versterken). Dit houdt in dat de leerlingen tijdens deze twee lesuren bijgewerkt worden voor de vakken uit de basisvorming met mindere resultaten. Het is de klassenraad die beslist wanneer de leerlingen nood hebben aan versterking. Mits een positieve evolutie is er een terugkeren naar het verdiepingsblok mogelijk.

BASISOPTIE

 

In eerste plaats is de gekozen basisoptie een verkenning van de eigen capaciteiten, talenten en interesses. De gekozen basisoptie is nog geen definitieve keuze voor de resterende schoolloopbaan. In onze school bieden wij in het tweede jaar A-stroom vijf verschillende basisopties aan:

  • Klassieke studiën (Latijn): De leerlingen zijn aan het goede adres in de basisoptie ‘Klassieke studiën’ om interessante aspecten van de klassieke taal en cultuur te bestuderen. Deze basisoptie heeft twee belangrijke componenten: de studie van de klassieke talen en, via deze talen, het bestuderen van de samenleving en cultuur van de Griekse en Romeinse oudheid.
  • Maatschappij en welzijn: In de basisoptie ‘Maatschappij en welzijn’ staat het welzijn voor, en van, de mens in de maatschappij, centraal. De leerlingen maken kennis met een aantal basisbegrippen en -technieken om het samenleven, de eigen gezondheid en de eigen lifestyle in de huidige, diverse maatschappelijke context te optimaliseren en in stand te houden. In de A-stroom ligt de klemtoon op de inhoudelijke onderbouw. Dat betekent dat de focus meer ligt op inzicht in het wat en waarom van het welzijn van de mens in de maatschappij.
  • Moderne talen en wetenschappen: De basisoptie ‘Moderne talen en wetenschappen’ bestaat uit twee onderdelen. Enerzijds worden de leerlingen in deze basisoptie fermer in communicatieve en literaire vaardigheden. Ze beginnen bovendien een ontdekkingstocht in taal als wetenschap. Anderzijds kijken de leerlingen onderzoekend naar de wereld. Vanuit verwondering gaan ze op zoek naar antwoorden voor vragen die ze zich stellen. Door te experimenteren, te observeren, terreinonderzoek uit te voeren, informatie te verwerven en te verwerken, leren ze om te gaan met wetenschappelijke vaardigheden.
  • Sport: In de basisoptie ‘Sport’ leren leerlingen hoe beweging en sport deel uitmaken van een gezonde en veilige levensstijl. Ze krijgen een brede vorming doordat ze deelnemen aan sportieve activiteiten uit verschillende bewegingsdomeinen en sportcontexten. Het is hierbij de bedoeling dat het uitvoeren en beleven van beweging en van sportieve activiteiten centraal staan. De leerlingen zijn met andere woorden niet uitsluitend op prestatie(s) gericht.

STEM-wetenschappen: In de basisoptie ‘STEM-wetenschappen’ zullen leerlingen systemen onderzoeken die ze dagelijks tegenkomen. Ze gebruiken hiervoor wiskunde en wetenschappen. In de STEM-wetenschappen leren ze hun eigen systeem te bedenken (ontwerpen) en ze zetten daar met overtuiging hun creativiteit voor in. Hierbij worden ze uitgedaagd om zelf te onderzoeken welke keuzes ze kunnen maken (welke grondstoffen, gereedschappen, machines … zal je gebruiken).